1. Veulenhengstigheid

Veulenhengstigheid

Wanneer een veulen wordt geboren, of wellicht al eerder, rijst de vraag of en zo ja wanneer de merrie weer gedekt moet worden. Als de wens is om de merrie dit seizoen weer dragend te krijgen dan kun je er voor kiezen de merrie tijdens de veulenhengstigheid te laten insemineren. Maar kan dat zomaar? En zijn er dan nog dingen waar je op moet letten? 

Veulenhengstigheid

De eerste hengstigheid die optreedt na de geboorte van het veulen noemen we de ‘veulenhengstigheid’. Deze zal tussen de 5de en 15de dag na de geboorte van het veulen plaatsvinden. Gemiddeld zal de eisprong tijdens die eerste cyclus dus rond de ‘tiende dag’, maar soms ook eerder en vaak ook later plaatsvinden. Dit betekent dat de merrie in rap tempo haar baarmoeder moet opschonen na de geboorte. En de efficiëntie van dit opschonen hangt af van een aantal factoren. Eén van die factoren is de leeftijd. Een jongere merrie heeft een meer elastische baarmoeder waardoor deze sneller krimpt naar oorspronkelijke grootte en makkelijker samentrekt en dus vocht kwijtraakt. Een oudere merrie heeft daar over het algemeen meer moeite mee en deze baarmoeder zal dan ook vaker niet gereed zijn voor inseminatie op de veulenhengstigheid.

Tip: lees hieronder meer dingen waar je op moet letten bij de beslissing om de veulenhengstigheid wel of niet te gebruiken.

De geboorte

De bevalling van een merrie is een explosieve gebeurtenis. Het veulen kan bij sommige merries binnen een half uur, vanaf het breken van de vruchtvliezen, op de wereld staan. Dit betekent dat de geboorteweg bij de merrie snel opgerekt moet worden. Bovendien zijn de persweeën van een merrie sterk. Dit kan soms voor beschadigingen van de geboorteweg leiden. Ook is het belangrijk dat de nageboorte binnen twee uur na de geboorte er volledig af komt. Als dit langer duurt, zal ook het herstel van de baarmoeder langer duren na de geboorte. Dit is een van de overwegingen bij het al dan niet gebruiken van de veulenhengstigheid.

Een verkeerde ligging

In een enkel geval kan het veulen (of delen ervan) verkeerd liggen waardoor het niet makkelijk ter wereld komt. Wanneer dit gebeurt, zal men vaak de hulp van de dierenarts in moeten schakelen om de merrie te assisteren tijdens de bevalling. Je kunt je voorstellen dat bij manipulatie (trekken, draaien of verschuiven van de ledematen) van het veulen, wanneer deze zich in een afwijkende ligging presenteert, de geboorteweg van de merrie soms beschadigd raakt. Meestal uit zich dat in kneuzingen, bloedingen of scheuren in de vaginawand of baarmoedermond.

Gelukkig herstelt de merrie vaak snel en levert dit geen blijvende problemen op voor de vruchtbaarheid op lange termijn. Het kan echter wel degelijk een motivatie zijn om de merrie op de veulenhengstigheid niet te insemineren zodat zij langer de tijd krijgt om te herstellen.

De nageboorte

Normaal gesproken moet de nageboorte binnen twee uur volledig afgekomen zijn. Als deze 6 uur na de geboorte nog niet losgekomen is, is veterinaire hulp noodzakelijk. De merrie kan anders baarmoederontsteking, hoefbevangenheid, koorts of bloedvergiftiging krijgen. Als de merrie langer dan twee uur aan de nageboorte heeft gestaan, zal de dierenarts vaak afraden de veulenhengstigheid te gebruiken.

Onderzoek op dag 8

Acht dagen na de geboorte van het veulen zal de dierenarts over het algemeen de merrie komen bekijken. De dierenarts zal reeds bij het optillen van de staart de uitwendige geslachtsdelen kunnen beoordelen. Is de merrie uitgescheurd? Zit er bloed of andere uitvloeiing aan de staart, schaamlippen of achterbenen? En zo ja, hoeveel? Als daar aanleiding toe is zal er zelfs een vaginaal onderzoek kunnen worden gedaan om schade aan de vagina en baarmoedermond uit te sluiten. Op basis van de bevindingen zal de dierenarts een inschatting maken of en zo ja wanneer de merrie gedekt kan worden tijdens deze veulenhengstigheid.

Nacontrole

Als de merrie dan rond de tiende dag gedekt is, zal de dierenarts over het algemeen twee dagen na het insemineren komen controleren of er een eisprong heeft plaatsgevonden. Deze nacontrole is zeer belangrijk. Niet alleen om te bepalen of er nogmaals sperma besteld moet worden, maar ook om de voortplantingsorganen te beoordelen. Daarnaast is het belangrijk om vast te stellen of er sprake is van een enkele of dubbele eisprong. Indien de merrie een dubbele eisprong heeft gehad (zichtbaar op de eierstokken met de echo) dan zal zij 14-15 dagen later gecontroleerd moeten worden op dracht in tegenstelling tot de gebruikelijke 18-dagen scan. Dit om te voorkomen dat een eventuele tweeling dan niet meer gereduceerd kan worden.

Een veulentje fokken uit je eigen merrie

Het wachten is begonnen... is je merrie drachtig? En blijft ze dat ook? De weg naar een gezond veulen!

> Veulen fokken

NL-EQU-220100003