1. Geef uw veulen de beste start

Geef uw veulen de beste start

Het fokken van een mooi en gezond veulen is de droom van veel eigenaren en fokkers. Maar hoe bereidt u zich als fokker goed voor om uw topper in de dop veilig en vooral gezond te laten opgroeien? We zetten de belangrijkste tips voor u op een rijtje. 

De drachtige merrie

In optimale conditie

Houdt uw drachtige merrie in topconditie! Zorg voor een gezond gebit, correcte voeding en voldoende lichaamsbeweging, zodat zij niet te mager maar ook niet te dik wordt. Ook goede hoefverzorging en contact met andere paarden zijn belangrijk. Een goede lichamelijke conditie is van belang voor een snelle geboorte en een sterk veulen. Zet uw drachtige merrie regelmatig in de wei, zo blijft ze in beweging en de opname van gras werkt laxerend.

TIP:

vaccineer de merrie de laatste twee maanden van de dracht tegen influenza en tetanus 

om het veulen tijdens de eerste zes maanden optimaal te beschermen.

Let op wormen

Net als vaccineren is het belangrijk om de merrie goed te ontwormen. Bij voorkeur gebeurt dat bij volwassen paarden op basis van mestonderzoek. De drachtige merrie kan in de laatste 2 weken voor het veulenen eventueel extra ontwormd worden met een ivermectine-houdend middel – overleg dit met je dierenarts. Ook een schone stal, paddock en weiland zijn in dit kader belangrijk, dus verwijder regelmatig de mest.

TIP: 

Ontworm de drachtige merrie 2 weken voor het veulenen met een ivermectine-houdend middel.

Overleg dit met uw dierenarts.

Biestkwaliteit

Een goede conditie en up-to-date vaccinaties zorgen voor een goede kwaliteit van de biest (eerste melk). De biest is essentieel voor de gezondheid en weerstand van het pasgeboren veulen. Laat uw merrie ruim voor het veulenen melk lopen? Dan bestaat de kans dat er te weinig afweerstoffen aan het veulen kunnen worden overgedragen via de biest. De dierenarts kan dit tijdens de veulenvisite met behulp van een bloedtest controleren. Indien nodig krijgt het veulen dan snel plasma met extra afweerstoffen toegediend.

De kraamstal

Het geeft de merrie rust wanneer ze kan veulenen in een omgeving die voor haar vertrouwd is en waar ze zich veilig voelt. Een veulenbox is ruim, schoon, goed verlicht en geventileerd en voorzien van zachte, schone bodembedekking.  Laat uw merrie dus ruim voor het veulenen wennen aan haar kraamstal.
Dat laatste is nog belangrijker wanneer u de merrie niet thuis laat veulenen. De merrie kan dan namelijk ook antistoffen aanmaken tegen de aanwezige kiemen op de nieuwe locatie, welke ze dan na de geboorte via de biest weer kan doorgeven aan het veulen.

Overige tips voor de drachtige merrie:

Verwijder de hoefijzers van de merrie zodat zij het veulen niet kan verwonden.

***

Optimaliseer de stalhygiëne om de infectiedruk voor het veulen laag te houden.

***

Plaats ruim voor het veulenen een goed werkend bewakingssysteem (videocamera met geluid en een geboortemelder).

***

Zorg voor een noodkit, een fles met een lange speen en een voorraad kunstbiest.

TIP:

Zet alle geboortebenodigdheden voor het veulenen bij elkaar in een afsluitbare bak zodat je nooit mis grijpt!

Het veulen: uw topper in de dop verdient de beste bescherming!

Van essentieel belang: de biest

  • Pasgeboren veulens zijn kwetbaar; ze worden zonder antistoffen geboren en krijgen deze alleen via de biest binnen. Door de merrie goed te verzorgen, zorgt u voor een optimale kwaliteit biest en dus voor de beste bescherming van uw veulen.
  • Contoleer of het veulen binnen enkele uren na de geboorte goed drinkt. De eerste uren na de geboorte neemt de darmwand het makkelijkst antistoffen op. De dunne darm sluit zich na 24 uur voor grote eiwitten zoals antistoffen waarna opname niet meer mogelijk is.

TIP:

Om voldoende antistoffen in het bloed te krijgen moet het veulen binnen 24 uur na de geboorte tenminste 2 liter paardenbiest van goede kwaliteit opnemen.

De meeste antistoffen worden door het pasgeboren veulen binnen 6-8 uur opgenomen!

Gedrag

Er zijn een aantal vuistregels om de belangrijkste zaken te controleren na de geboorte. De ademhaling komt meteen op gang. Binnen 2 uur moet het veulen staan en rondlopen. Binnen 3 uur komt het darmpek (eerste mest, zwart) af. Binnen 4 uur moet het veulen vlot drinken. Na ongeveer 6 uur (hengstje) of 10 uur (merrie) urineert het veulen voor het eerst. Een veulen hoort alert te zijn. Tip: Leg de nageboorte meteen opzij zodat de dierenarts deze kan controleren bij de veulenvisite.

Voeding

  • Veulens bewegen veel en groeien hard. Daardoor hebben ze behoefte aan voldoende energie en eiwitten. De eerste maanden halen ze deze hoofdzakelijk uit moedermelk. Vanaf de eerste weken gaan veulens al spelenderwijs veulenbrokjes eten. U kunt deze in een speciaal voerbakje aanbieden zodat de merrie er niet bij kan.
  • Veruit het beste ruwvoer is gras. Weidegang zorgt daarnaast ook voor frisse lucht en gezonde beweging. Ook sociaal contact (bij voorkeur met leeftijdgenoten) is van belang.

Weidegang – tips voor een goed weidemanagement: 

  • Zorg dat er een geschikt grasmengsel voor paarden wordt ingezaaid en gebruik geen paardenmest om het weiland te bemesten (om verspreiding van wormeieren over het land te voorkomen).
  • Zet jonge en pas gespeende veulens op het schoonste weiland. Dus niet op een weiland waar het voorgaande jaar ook veulens of jaarlingen gelopen hebben.
  • Verwijder bij voorkeur dagelijks (maar minimaal 2x per week) de mest en maai het gras op mestplekken kort.
  • Zet de weide af met extra lint of draad zodat het veulen niet door het draad gaat.

Ontwormen

  • 1 - 2 weken oud: veulenworm – meestal niet nodig. Overleg met uw dierenarts of uw veulen risico loopt.
  • 2 maanden oud: spoelworm. Behandel met een werkzaam ontwormingsmiddel.
  • 5 maanden oud: spoelworm (fenbendazole of pyrantel)
  • Najaar/winter: kleine Cyathostominae (“bloedworm”)
  • Najaar: eventueel lintworm. Overleg met uw dierenarts of uw veulen risico loopt.

TIP:

Behandel uw veulen tegen spoelworm met een werkzaam ontwormingsmiddel.

Fenbendazole en pyrantel zijn de enige nog werkzame stoffen tegen spoelwormen.

Vaccineren:

  • Vaccineren tegen droes is mogelijk vanaf 4 maanden , dus u kan al starten vóór het spenen. Vaak wordt er gevaccineerd bij aankomst op het opfokbedrijf. De basisvaccinatie bestaat uit 2 injecties met een interval van 4 weken. Daarna wordt de vaccinatie, afhankelijk van het risico op droes, elke 3 of 6 maanden herhaald. Overleg dit met uw dierenarts.
  • Vanaf 5 maanden kan het veulen tegen rhinopneumonie gevaccineerd worden. Overleg met uw dierenarts of dit nodig is.
  • Vanaf 6 maanden wordt er gevaccineerd tegen influenza en tetanus. Bescherm uw veulen correct met een drievoudige basisvaccinatie!

> Download de vaccinatiewijzer

TIP:

Start met een drievoudige basisvaccinatie, dus vaccineer uw veulen op 6 maanden, 7 maanden en op 12 maanden leeftijd.

Daarna 1 – 2 x per jaar.

Meer tips en informatie over veulens?

Lees verder over veulens fokken

 

Een deel van deze pagina staat vermeld op de KWPN pagina als artikel "Bescherm uw veulen"

U kunt dit artikel hier downloaden:

> Download artikel "Bescherm uw veulen"