Rhino

Paarden met rhinopneumonie kunnen zeer veel virus uitscheiden waardoor een infectie snel om zich heen kan grijpen. Vaccinatie tegen rhinopneumonie geeft, naast bescherming tegen luchtwegproblemen, een reductie van de virusuitscheiding waardoor de kans op een infectie van een koppelgenoot kleiner wordt.

Handige weetjes: EHV1 en EHV4

Equine herpesvirussen veroorzaken rhinopneumonie bij paarden.
Er zijn twee verschillende subtypen te onderscheiden, namelijk EHV1 en EHV4.
EHV1 veroorzaakt de meeste klinische verschijnselen. Infecties met EHV1 kunnen, naast ademhalingsproblemen, leiden tot abortussen, perinatale sterfte en neurologische stoornissen (ataxie). EHV4 veroorzaakt voornamelijk luchtwegproblemen die kunnen variëren in ernst en duur.

Drie vormen van rhinopneumonie

Rhino kan zich uiten in drie verschillende vormen:

  • verkoudheidsvorm en ademhalingsaandoeningen
  • abortusvorm (besmettelijk verwerpen)
  • neurologische vorm

De drie vormen van rhino uiten zich in heel uiteenlopende ziekteverschijnselen.
Klik op pijltje voor meer informatie.

Ademhalings- of verkoudheidsvorm

De verkoudheidsvorm komt regelmatig voor bij vooral jonge paarden. Paarden krijgen hoge koorts (39°C - 41°C) en een vermindering van de eetlust. Daarnaast hebben ze vaak een snotneus, lichte hoest, dikke benen en/of gezwollen keelklieren.
 
Ze herstellen meestal binnen een week. Oudere besmette paarden worden vaak helemaal niet ziek. Soms hebben ze last van hele lichte symptomen, zoals matige koorts en eventueel een snotneus.

Neurologische vorm

De neurologische vorm komt gelukkig weinig voor. De eerste klachten zijn een wat slappe staart en een slechte coördinatie van de bewegingen van de benen. Dit noemt men ataxie. Vaak treden ook ernstige verlammingen op. Dit kan variëren van verlammingen van blaas en darmen tot aan de benen aan toe. Meestal zijn dan alleen de achterbenen verlamd. Het paard kan dan nog alleen maar zitten.
 
In de ernstigste gevallen kunnen ook de voorbenen verlamd raken. Deze volledige verlamming eindigt met een snelle dodelijke afloop. 30% van alle ziektegevallen eindigt fataal. Herstel is dus mogelijk, maar intensieve verzorging en een toegewijde eigenaar zijn hierbij van groot belang.

Abortusvorm

De abortusvorm is de nachtmerrie van iedere fokker. Veulens worden te vroeg en dood geboren. Soms krijgen merries met deze vorm van rhino toch levende veulens. Deze zijn zo zwak dat ze binnen enkele dagen dood gaan. De abortusvorm komt vooral voor vanaf de achtste maand van de dracht.

De abortus gebeurt heel plots, zonder voorafgaande verschijnselen. Het doodgeboren veulen ziet er normaal uit en de merrie zelf is niet ziek. Het gebeurt overigens vaker dat op één stal meerdere merries kort na elkaar aborteren of een te zwak geboren veulen werpen.

LET OP Drachtige merries

Het zijn vooral jonge paarden die een lichte rhinopneumonieinfectie oplopen en daar weinig last van hebben. Maar het zijn juist deze jonge paarden die drachtige merries kunnen besmetten en dat kan leiden tot abortus en perinatale sterfte.
 
Meer informatie over infectieuze ziekten?

Download vaccinatiewijzer

De verspreiding van het rhinovirus vindt plaats door:

•direct contact tussen paarden
•van mens op paard
•via de lucht over hele korte afstanden
 
Het virus verplaatst zich eenvoudig via de lucht over een hele korte afstand. Paarden in één ruimte kunnen elkaar dus gemakkelijk besmetten. Het virus wordt ook via kleren en handen overgedragen. Let daar dus op. Door goed te douchen, schone kleren en het ontsmetten van stalschoenen, kan deze vorm van overbrengen worden uitgesloten. Het passeren van paarden tijdens een buitenrit of een concours levert dus geen besmettingsgevaar op, zolang direct contact wordt voorkomen.

 

 

Een doodgeboren veulen en de nageboorte bevatten heel veel virus. Deze virussen verspreiden zich razendsnel door de stal. Het is dan ook belangrijk om het veulen en de nageboorte zo snel mogelijk uit de stal te verwijderen. Immers door inademing wordt het virus opgenomen. Na inademing zal het virus zich al dan niet vermeerderen in het paardenlichaam, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Na een besmetting kan het virus slapend in het paard aanwezig blijven. Het paard is dan niet ziek. Stresssituaties zoals onder andere transport, te zware training, rantsoenwijzigingen of castratie kunnen zorgen voor een opleving van het virus.

Een bedrijf dat een (mogelijk) probleem met rhino heeft, moet tot minimaal vier weken na de laatste koortsaanval contacten met andere paarden vermijden. Ook kunnen mensen die op meer dan één paardenstal komen, de stal beter mijden.

LET OP:

Verwerpt een merrie haar veulen, dan kan achteraf de diagnose gesteld worden door het veulen en de nageboorte te onderzoeken. Dit geldt ook bij een paard dat door verlamming is overleden.

Hoe wordt de diagnose van rhinopneumonie gesteld?

Het is voor een dierenarts niet mogelijk om alleen op basis van ziekteverschijnselen vroegtijdig de diagnose te stellen. Hoge koorts en verminderde eetlust kunnen immers meer oorzaken hebben. Net zoals een plotseling abortus. Het zijn voor dierenartsen herkenbare ziekteverschijnselen, maar onvoldoende voor de feitelijk diagnose van rhino.
 
Meer zekerheid krijgt de dierenarts door neusswabs op de aanwezigheid van virussen te onderzoeken. Ook kan hij met bloedonderzoek vaststellen of de hoeveelheid antilichamen toeneemt. Dit zijn stoffen die het paard aanmaakt als reactie en bescherming tegen het rhinovirus. De dierenarts onderzoekt dan twee bloedmonsters die met drie weken tussentijd zijn afgenomen. Zijn er na drie weken meer antistoffen tegen rhino, dan is er sprake van rhino.

Let op:

De neurologische vorm van rhino treedt meestal op binnen één tot 14 dagen na de koortspiek, terwijl de abortusvorm na twee weken tot enkele maanden kan optreden. De koortspiek wordt echter lang niet altijd waargenomen.

Kan rhinopneumonie behandeld worden?

Voor de behandeling van rhino zijn er geen middelen die het virus doden of remmen. De oorzaak van de ziekte kan dus niet behandeld worden. Wel kan de dierenarts een passende behandeling instellen voor de ziekteverschijnselen. Dit varieert per vorm.

Ademhalingsvorm

Het paard moet volledige rust krijgen en afgezonderd worden van andere paarden. Goede hygiëne, een uitstekend stalklimaat en verzorging zijn noodzakelijk. Zorg dat het paard voldoende vocht en voedsel binnen krijgt. Bij koorts kan een koortsremmer worden toegediend. Bij aanhoudende hoge koorts, neusvloei met pus en een zware hoest zal de dierenarts antibiotica inzetten.

Neurologische vorm

Paarden met de neurologische vorm hebben een intensieve verpleging nodig. Ze moeten geholpen worden met eten, drinken en het ledigen van de blaas. Om ligwonden te voorkomen, moet het paard een aantal keer per dag gedraaid worden. Daarnaast zal de dierenarts waar nodig koorts- en ontstekingsremmers en antibiotica toedienen.
 
Door de verlamming aan de achterhand, verlamt de blaas van het paard. Het voelt daardoor geen plasdrang meer. Om beschadiging van de blaas te voorkomen, moet het paard dan gekatheteriseerd worden. Via een slangetje in de blaas wordt de urine afgenomen.
 
Als het paard niet meer kan blijven staan, kan het in paniek raken en zichzelf beschadigen. Help het paard door het te laten liggen en gerust te stellen. Blijf zoveel mogelijk bij het paard.

Abortusvorm

De merrie zelf heeft geen behandeling nodig. Het doodgeboren veulen, de nageboorte en de stalbedekking moeten meteen uit de stal verwijderd worden. Isoleer de merrie van de andere paarden. Hierna moeten de box en de directe omgeving ontsmet worden.
 
Vaccineer de overige drachtige merries tegen rhino. Tot één maand na de abortus, mogen geen nieuwe drachtige merries gestald worden. De besmette merrie mag tijdens de eerstvolgende hengstigheid niet geïnsemineerd of gedekt worden.

Vaccineren tegen rhinopneumonie

Het is mogelijk om paarden tegen rhino te vaccineren. Vaccinatie geeft een bepaalde bescherming tegen de abortusvorm, maar is geen 100% garantie dat de ziekte dan niet optreedt. Door alle paarden op een stal of manege te vaccineren, wordt de kans op rhinobesmettingen wel kleiner.

Basisvaccinatie
De paarden krijgen een basisvaccinatie bestaande uit twee vaccinaties met vier tot zes weken tussentijd. Ieder half jaar moet deze vaccinatie herhaald worden. Daarnaast worden drachtige merries nog gevaccineerd op vijf, zeven en negen maanden van de dracht.

Redenen om te kiezen voor vaccinatie tegen rhinopneumonie zijn:

  • het verminderen van de ernst van luchtwegklachten bij een EHV infectie.
  • het verminderen van de verspreiding van het virus in de luchtwegen van veulens, jaarlingen en van paarden die een hoog risico hebben op besmetting, zoals show- en wedstrijdpaarden.
  • het verminderen van de infectiedruk op een bedrijf en dus de kans op besmetting.

Moet ik vaccineren?
Het vaccineren tegen rhinopneumonie gebeurt niet standaard.
Vaccinatie beschermt goed tegen de griepachtige vorm, maar niet altijd tegen de abortus- en verlammingsvorm. Voor sommige stallen met een hoge infectiedruk kan vaccineren een uitkomst zijn. In overleg met uw paardenarts kan een gepast vaccinatieschema opgesteld worden.
 

TIP:

Vaccineer alle paarden op stal tegen rhino. Drachtige paarden moeten extra gevaccineerd worden.

Houd bij wanneer uw paard gevaccineerd is download hier een vaccinatieschema voor uw paard.


Vaccinatieschema 

Richtlijnen rhinopneumonie

Sinds 2015 zijn er richtlijnen opgesteld door de KNMvD.
Het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) heeft de richtlijn Rhinopneumonie vastgesteld.
De richtlijn Rhinopneumonie bij het paard heeft als doel dierenartsen een overzicht te geven van de drie klinische vormen van rhinopneumonie bij het paard. De richtlijn doet aanbevelingen over het bevestigen van de klinische diagnose, de behandeling van de verschillende vormen van klinische rhinopneumonie en de management- en preventiemaatregelen die de dierenarts de eigenaar kan adviseren.
 
Via deze link is de volledige richtlijn te lezen op de website van de KNMvD.
Richtlijnen Rhinopneumonie: KNMvD

Hoe kan ik Rhino voorkomen?

Preventie rhinopneumonie

Meer informatie over rhino en de rhino vaccins van MSD Animal Health?

Bekijk de producten en de bijbehorende bijsluiters

Meer informatie voor dierenartsen