1. Tips en preventie spoelworminfectie

13 tips spoelworm voorkomen en bestrijden

Extra aandacht voor jonge paarden

Paarden jonger dan 3 jaar behoeven extra aandacht en een aparte aanpak met betrekking tot het ontwormen. In tegenstelling tot volwassen paarden, wordt er bij veulens en jaarlingen aangeraden om géén selectieve behandeling op basis van mestonderzoek te doen.

Jonge paarden zijn meer vatbaar voor besmetting met parasieten en voor het ontwikkelen van symptomen. Daarnaast zijn bepaalde wormbesmettingen gekoppeld aan een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld veulenworm komt alleen maar voor bij zeer jonge veulens). Daarom is het advies om jonge paarden verstandig te behandelen volgens een logisch ontwormschema om (potentieel ernstige) ziekte te voorkomen.

Lees onze 13 tips of download deze hier:

> 13 tips spoelwormbesmetting voorkomen (PDF, 228kb)

TIPS:

1. Zeer belangrijk om de omgevingsdruk te verlagen: regelmatig mest verwijderen uit weiland en stal.

2. Zorg voor een goede algemene gezondheid van de veulens (voeding, stress, andere ziekten...)

3. Desinfecteer regelmatig de stal.

4. Zet jonge en pas gespeende veulens op het schoonste weiland (daar is de laagste omgevingsbesmetting). Dus bij voorkeur niet op een land waar het vorige jaar veulens en jaarlingen gelopen hebben.

5. Voeder liever niet vanaf de grond.

6. Doseer accuraat om onderdosering te voorkomen. Gebruik een meetlint om het gewicht goed in te schatten en ga bij een groep leeftijdsgenoten uit van het gewicht van het zwaarste dier in de groep.

7. Verweid regelmatig indien mogelijk en ontworm niet vlak voor het verweiden.

8. Maai het gras op mestplekken kort.

9. Sleep het weiland niet terwijl het begraasd wordt. Enkel slepen bij warme, droge periodes met daarna enkele weken leegstand.

10. Gebruik geen paardenmest voor het weiland.

11. Voorkom overbezetting van weiland en/of stallen. Het heeft de voorkeur om bij permanente begrazing niet meer dan 2 paarden per hectare land te weiden.

12. Roteer jaarlijks met andere grazers, zoals koeien of schapen, om de weidebesmetting te verlagen.

13. Zet nieuwe paarden eerst in een aparte stal of paddock (quarantaine) en voer mestonderzoek uit en/of behandel de paarden voordat ze bij de kudde gevoegd worden.