Gaat u voor de minimale of maximale bescherming?

Voor voldoende afweer is het nodig dat paarden een volledige basisvaccinatie van drie vaccinaties krijgen. Vreemd genoeg verplicht het nationale wedstrijdreglement een tweevoudige basisvaccinatie tegen influenza. Onderzoek toont echter aan dat pas na een drievoudige basisvaccinatie een goede en langdurige bescherming wordt bereikt. Het internationale wedstrijdreglement (FEI) volgt deze wetenschap wél en eist een drievoudige basisvaccinatie.

Deze advertorial downloaden of delen? Dat kan! 

> Download basisenting-influenza

Nederland is een paardenland

Veel paarden op een relatief klein oppervlak betekent een hoger risico op ziekte uitbraken. Het belang van preventief management neemt toe en daarin kan vaccinatie een belangrijke rol spelen. Het samenbrengen van grote aantallen paarden, met verschillende achtergronden en uit alle hoeken van de wereld, schept dé ideale omstandigheden voor het verspreiden van infectieziekten

Langdurige bescherming na drievoudige basisvaccinatie

Een veulen dat voldoende antistoffen via de biest heeft gekregen, krijgt zijn eerste vaccinatie als het zes maanden oud is en vier tot zes weken later de tweede. Een correcte basisvaccinatie wordt afgesloten met de derde prik enkele maanden later. Pas na een drievoudige basisvaccinatie wordt er een goede en langdurige bescherming bereikt.

Dip in de immuniteit

Onderzoek heeft uitgewezen dat na vier tot zes maanden na de eerste twee vaccinaties er een dip optreedt in de immuniteit. Bij jonge paarden is dit het meest uitgesproken. Komt het paard op dat moment een influenzavirus tegen, dan kan hij erg ziek worden en ook veel virus verspreiden. Daarom is het zo belangrijk om jonge paarden wel die derde vaccinatie te geven. Na deze drievoudige basisvaccinatie is het paard langdurig beschermd en is een jaarlijkse herhalingsvaccinatie voldoende.

2 of 3 keer, wat is nu echt het verschil?

Een allereerste keer vaccineren tegen influenza wekt een primaire immuunrespons op, waarna geheugencellen gevormd worden. Deze geheugencellen veroorzaken bij een tweede vaccinatie een specifieke, secundaire immuunrespons. Hierbij worden sneller hogere antistoffen aangemaakt, die echter ook weer vrij snel naar een niveau zakken dat onvoldoende bescherming geeft. Pas na de derde vaccinatie (vijf maanden na de tweede), worden er grote hoeveelheden antistoffen geproduceerd die tot de eerste hervaccinatie, een jaar later, voldoende klinische bescherming geven. De jaarlijkse hervaccinatie brengt de bescherming weer op dit hoge niveau.

Minimaal of optimaal beschermen?

Wanneer een paard in aanraking komt met een influenzavirus waartegen het voldoende gevaccineerd is, zal dit paard weinig of geen klinische symptomen ontwikkelen en minder virus uitscheiden. Oftewel: het paard wordt minder ziek en zal andere paarden niet of in mindere mate besmetten, dan een paard dat niet volgens de registratie gevaccineerd is.

> Meer informatie over vaccineren?