1. Leptospirose

Leptospirose – Meer dan de ziekte van Weil.

Leptospirose, waaronder de ziekte van Weil, is een wereldwijd, bij honden, voorkomende ziekte die door bepaalde bacteriën, leptospiren, wordt veroorzaakt. Omdat het hierbij om een zoönose gaat, en wel de meest verbreide zoönose ter wereld, kan de ziekte ook van hond op de mens worden overgedragen. Een mogelijke verklaring voor het groeiend aantal gevallen van besmetting met leptospirose bij mensen en honden in de afgelopen jaren, wordt

Ziektebeeld

De eerste ziekteverschijnselen bij honden met leptospirose kunnen zeer verschillend zijn. Koorts, niet eten, later soms gevolgd door geelzucht en nierproblemen, diarree en braken worden het vaakst gezien. Een hond met leptospirose heeft intensieve medische zorg nodig, maar kan desondanks vaak toch komen te overlijden.

Het gevaar van leptospirose wordt nog altijd onderschat, omdat vooral lichte besmettingen worden moeilijk herkend waardoor de diagnose in de praktijk soms niet of pas heel laat wordt gesteld. Het gaat hier om een zoönose. Een zoönose houdt in dat de ziekte van dier op mens overdraagbaar is. Gezien het groeiend aantal besmettingsgevallen van leptospirose bij mensen en honden in de afgelopen jaren in Nederland, wordt deze ziekte nu als endemisch aangeduid in Nederland. Daarom is het advies om alle honden te vaccineren tegen leptospirose.

 

Ziekteverwekkers – leptospiren

Leptospirose wordt veroorzaakt door schroefvormige, beweeglijke bacteriën (leptospiren), die vooral door knaagdieren (muizen, ratten) en besmette honden in de omgeving verspreid worden. Afhankelijk van de temperatuur kunnen zij tot wel zes weken in de grond overleven en in stilstaand water drie maanden en langer. Besmetting kan dus bijna het gehele jaar rond optreden, met vaak een piek rond september.

Er zijn zeer veel ziekteverwekkende leptospiren (meer dan 200). Gelukkig komen deze niet allemaal in Nederland voor en zijn ze ook niet allemaal gevaarlijk voor honden. Tegen de vier meest voorkomende leptospiren in Nederland (L. Icterohaemorrhagiae, L. Australis, L. Grippotyphosa en L. Canicola) kun je je hond laten vaccineren.

De leptospiren komen vooral via de urine van besmette kleine knaagdieren, zoals muizen en ratten in oppervlaktewater, gras etc. terecht en besmetten daarmee de leefomgeving van honden. Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via wondjes of de slijmvliezen (mond, ogen, neus) het lichaam van de hond binnendringen. Besmette honden scheiden ook leptospiren uit in hun urine en kunnen een rol spelen bij de verdere verspreiding en instandhouding van de besmetting. Omdat besmette honden ook mensen kunnen infecteren is vaccinatie tegen leptospirose het advies.

Elke hond kan besmet raken met leptospiren, zowel in de stad als op het platteland. Bijna elke hond wandelt wel eens langs een sloot of gracht, loopt door de modder of drinkt uit een plas. Sommige honden zwemmen regelmatig. Op zulke momenten kan uw hond in contact komen met leptospiren. Door jaarlijks zo breed mogelijk te vaccineren tegen leptospirose verkleint u de kans op een besmetting aanzienlijk.

Behandeling

Honden met leptospirose zijn vaak intensive care patiënten. Afhankelijk van welke organen zijn aangetast, is een ondersteunende therapie noodzakelijk zoals infuus, zuurstof, dialyse etc. Daarnaast omvat de behandeling van leptospirose altijd minimaal 14 dagen antibiotica.

Uiteraard zijn hygiënemaatregelen zeer belangrijk bij leptospirose aangezien het een zoönose is en urine van geïnfecteerde honden besmettelijk kan zijn voor de mens.

Vaccinatie

De belangrijkste voorzorgsmaatregel tegen leptospirose is vaccineren. Door zo breed mogelijk te vaccineren tegen leptospirose, kunt u de kans op het krijgen van de ziekte sterk verkleinen. Leptospirosevaccins bieden goede bescherming. Het advies is om een vaccin te kiezen dat tegen de 4 meest voorkomende serogroepen beschermt. Helaas is er dan nog altijd een kleine kans op leptospirose, veroorzaakt door serogroepen, waartegen u niet kunt vaccineren. Voor een goede bescherming moet een hond eerst een tweevoudige basisvaccinatie krijgen. Daarna moet de vaccinatie jaarlijks herhaald worden.

Uw dierenarts kan u meer informatie geven over leptospirose en bescherming tegen deze complexe ziekte.

Antwoorden op de veelgestelde vragen;

1. Wat voor ziekte is leptospirose?

Leptospirose, waaronder de ziekte van Weil, wordt veroorzaakt door bacteriesoorten die over de hele wereld voorkomen, de zogenaamde leptospiren. Van deze leptospiren bestaan verschillende varianten die verschillende ziektebeelden bij de hond kunnen veroorzaken. De ziekte van Weil is daarvan de beruchtste, maar ook andere verschijningsvormen van leptospirose zijn beschreven. Omdat besmette dieren ook mensen kunnen infecteren (dit heet zoönose) is een goede bescherming tegen leptospirose gewenst.

 

2. Wat zijn de symptomen van deze ziekte?

Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via de  slijmvliezen of via wondjes het lichaam van de hond binnendringen. In sommige gevallen blijven de symptomen beperkt tot algemene ziektesymptomen zoals verminderde eetlust, braken en koorts. Maar het ziektebeeld kan ook verergeren afhankelijk van welk orgaan/organen worden aangetast. Dit kan leiden tot lever- of nierfalen of longontsteking. Een hond met leptospirose heeft intensieve medische zorg nodig, maar kan desondanks toch vaak komen te overlijden. 

3. Hoe raakt mijn hond besmet?

De leptospiren komen vooral via de urine van besmette kleine knaagdieren, zoals muizen en ratten in oppervlaktewater, gras etc. terecht en besmetten daarmee de leefomgeving van honden. Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via wondjes of de slijmvliezen (mond, ogen, neus) het lichaam van de hond binnendringen. Besmette honden scheiden ook leptospiren uit in hun urine en kunnen een  rol spelen bij de verdere verspreiding en instandhouding van de besmetting. Omdat besmette honden ook mensen kunnen infecteren is een goede bescherming tegen leptospirose gewenst.

 

4. Welke honden kunnen ziek worden?

Elke hond kan besmet raken met leptospiren, zowel in de stad als op het platteland. Bijna elke hond eet wel eens gras of zwemt graag. Op zulke momenten komt uw hond in contact met leptospiren. Door jaarlijks te vaccineren bouwt uw hond de noodzakelijke weerstand op en verkleint u de kans aanzienlijk dat uw hond ziek wordt.

 

5. Wanneer doen zich de eerste tekenen van de ziekte voor?

Ongeveer een week na besmetting treden de eerste symptomen op. Omdat deze symptomen in het begin vrij algemeen zijn (verminderde eetlust, braken, koorts) en ook bij veel andere ziekten voorkomen, wordt de diagnose leptospirose meestal pas te laat gesteld als orgaanbeschadiging en daarmee gepaard gaande ernstige symptomen al zijn opgetreden.

 

6. Kan ik een titerbepaling doen i.p.v. jaarlijkse hervaccinatie?

Nee, helaas niet. Voor leptospirose kan weliswaar een titer bepaald worden, maar er is geen correlatie tussen de hoogte van titer en de mate van bescherming. Bovendien is uit studies bekend dat leptospirosevaccins slechts 1 jaar bescherming geven.