1. Is vaccineren nog wel nodig?

Is vaccineren nog wel nodig?

“Zeg dierenarts, is dat vaccineren nou nog wel nodig?”

In de dierenartsenpraktijk is dit een vraag die steeds vaker wordt gesteld. Natuurlijk is vaccineren nog steeds nodig, maar alleen met dat antwoord haal je de twijfelende diereigenaar natuurlijk niet over. Zij lezen immers veel op internet over de vermeende nadelen van vaccineren en de “nutteloosheid” ervan en hierdoor ontstaan er twijfels.
Door diereigenaren goed voor te lichten kunt u veel van die twijfels wegnemen. Toch zult u met enige regelmaat dezelfde vragen krijgen en tegen dezelfde misverstanden aanlopen. Daarvan nemen we er een paar onder de loep:

Mensen worden alleen in het begin van hun leven gevaccineerd en daarna nooit meer, waarom geldt dat ook niet voor honden en katten?

Dat mensen alleen in het begin van hun leven gevaccineerd (moeten) worden en daarna levenslang beschermd zijn, is niet waar. Kijk hiervoor bijvoorbeeld maar naar de nieuwste vaccinatiecampagne tegen kinkhoest, die speciaal gericht is op zwangere vrouwen. En ga je –op latere leeftijd- naar een buitenland met minder hygiënische omstandigheden of andere endemische ziekten, dan is het advies dat je bepaalde vaccinaties moet (laten her)halen. De vaccinatie tegen difterie, tetanus en polio (DTP) bijvoorbeeld, moet iedere 10 jaar worden herhaald. En de –jaarlijkse- griepvaccinatie? Die wordt juist aanbevolen aan ouderen, (chronisch) zieken en aan hen die regelmatig met deze groep in aanraking komen.

Wel weten we dat bepaalde vaccins voor hond en kat (levende virale vaccins) langer werkzaam zijn dan in het verleden werd gedacht en daarom hoeven zij nog maar eens per drie jaar worden gegeven. Daarnaast zijn er nog steeds ziektes waartegen de bescherming die de vaccinatie kan bieden na een jaar echt is afgelopen, zoals leptospirose en besmettelijke hondenhoest (v/h kennelhoest). Die moeten daarom nog steeds jaarlijks herhaald worden. 

De hond van mijn moeder werd nooit gevaccineerd en is 18 geworden, zonder een dag ziek te zijn.

Dat kan. Iedereen kent ook het verhaal van opa die 100 jaar is geworden en hij rookt al vanaf zijn 14e levensjaar.
Maar het leven van dat van de gemiddelde hond, is net als dat van de mens de laatste decennia enorm veranderd.
Tegenwoordig worden honden bijna zonder uitzondering behandeld als lid van de familie.
De hond wordt ook steeds vaker overal mee naartoe genomen. Actief meedoen met speciale hondenwandelingen, of de hond mee op vakantie? Dat gebeurt meer dan ooit. De gemiddelde huishond van nu heeft daarom ook veel meer contact met andere honden dan de hond van moeder of oma. Terwijl er aan de andere kant steeds minder gevaccineerd wordt, waardoor er minder groepsimmuniteit is en honden meer risico lopen.

Groepsimmuniteit? Het gaat toch om mijn hond en niet om de rest?

Herd immunity of groepsimmuniteit is belangrijker dan gedacht. Groepsimmuniteit houdt in dat wanneer genoeg individuen in een groep zijn gevaccineerd, hoe kleiner de kans is op verspreiding van een ziekte binnen een groep, zelfs als die anderen (nog) niet zijn gevaccineerd.
Immers, als je een ziekte niet kan krijgen dan kan je het ook niet overdragen op anderen. Als niemand meer de ziekte kan krijgen, dan kan niemand het meer overdragen en kan de ziekte zelfs verdwijnen. Hiermee ontstaat dus bescherming voor individuen die niet gevaccineerd kunnen worden, zoals de pasgeborenen, de immuungecomprimenteerden en (voor sommige ziekten) de zwangeren, of die individuen die om een andere reden niet gevaccineerd zijn.
De reden dat we ziektes als hondenziekte en leverziekte in ons land heel lang niet meer hebben gezien, is juist te danken aan deze  groepsimmuniteit, maar tegelijkertijd –helaas- ook de reden dat eigenaren onverschilliger zijn geworden over deze besmettelijke ziektes.
Met als gevolg dat de groepsimmuniteit op een gegeven moment te laag wordt met risico op uitbraken.

Dus ja, dat vaccineren is nog steeds nodig!